De Beroepscode | Kernwaarden


Kernwaarden

Het professioneel handelen van de bestuurder kenmerkt zich door de volgende kernwaarden. Voor elke kernwaarde zijn hieronder voorbeelden gegeven van gedragskenmerken, competenties en functiekenmerken die deze waarden zichtbaar maken en ondersteunen:

1. Dienstbaar

  • Rol is dienstbaar aan de kwaliteit van het onderwijs
  • Is loyaal aan de maatschappelijke functie

2. Open en toegankelijk

  • Is benaderbaar
  • Vraagt actief feedback op gedrag en resultaat
  • Stimuleert een open interne en externe dialoog
  • Bouwt aan vertrouwensrelaties met iedereen in de organisatie en met stakeholders
  • Geeft sturing en coachende begeleiding aan collega’s en medewerkers
  • Staat het maken van fouten toe en stimuleert dat daar van geleerd wordt

3. Initiatiefrijk, resultaatgericht en toont ondernemendheid

  • Streeft naar toegevoegde waarde voor studenten
  • Is besluitvaardig en actiegericht
  • Is gericht op het behalen van resultaten
  • Stimuleert continue verbetering
  • Bouwt aan open en constructieve op samenwerking gerichte werkrelaties met andere instellingen in het (middelbaar beroeps-)onderwijs
  • Heeft een open oog voor maatschappelijke ontwikkelingen en vertaalt deze naar de organisatie

4. Integer en sterke voorbeeldrol

  • Is betrouwbaar en geeft in gedrag en houding het goede voorbeeld richting medewerk(st)ers, studenten en de maatschappij
  • Stimuleert medewerkers tot professioneel gedrag en een actief lerende houding om het beste uit zichzelf te halen en zich permanent te blijven ontwikkelen
  • Maakt zichtbaar hoe invulling gegeven wordt aan het eigen leven lang leren
  • Wordt beloond conform de wet normering topinkomens
  • Maakt transparant hoe oneigenlijk gebruik van zijn/haar positie of bevoegdheden wordt voorkomen door zowel formele procedures als door het bespreekbaar maken van eigen gedrag
  • Houdt rekening met het effect van zijn/haar handelen op (anderen in) de branche

5. Legt proactief verantwoording af

  • Bevordert conform de code ‘Goed bestuur in de bve-sector’ een constructief overleg met de Raad van Toezicht, Ondernemingsraad, studenten-/deelnemersraad en ouderraad
  • Laat actief zien dat het omgaan met publieke middelen openbaarheid en transparantie in handelen vergt
  • Doet in het jaarverslag adequaat verslag over de toepassing van de code ‘Goed bestuur in de bve-sector’
  • Schrijft en spreekt actief, dus ook ongevraagd, in- en extern over de prestaties van de instelling
  • Reflecteert op eigen functioneren en leiderschapsstijl
  • Maakt de verbinding duidelijk tussen de strategie (horizonverkenning) en wat deze vraagt van medewerkers
  • Spreekt medewerk(st)ers aan op professioneel, effectief, efficiënt en verantwoordend  functioneren

De optelsom van deze waarden en gedragingen bepaalt of een bestuurder zich professioneel gedraagt.