De Beroepscode | Kernopdracht


Kernopdracht

  • Een goed bestuurder ziet als zijn/haar hoogste belang het succes van de student nu en in de toekomst.
  • De bestuurder richt het belang van de instelling primair daarop.
  • Hij/zij voelt en toont de eindverantwoordelijkheid daarvoor en beseft dat hij/zij in dit kader wel taken maar geen eindverantwoordelijkheid kan overdragen.
  • Daarnaast zorgt hij/zij voor aanbod van beroepsonderwijs op zodanige wijze dat dit de sociale en economische ontwikkeling van het (regionale) verzorgingsgebied versterkt en dat dit stoelt op de samenwerkingsgerichte afstemming met collega-bestuurders in de sector.

Een goed bestuurder definieert het succes van de student als volgt:

  • De opleiding en het diploma zijn arbeidsmarktrelevant en/of loopbaanrelevant
  • De student heeft tenminste een startkwalificatie en uitzicht op doorstroom naar hogere niveaus binnen het middelbaar beroepsonderwijs of het hoger beroepsonderwijs
  • De student heeft de gelegenheid om binnen een bereisbare regio zoveel mogelijk te kiezen voor een opleiding uit het landelijk opleidingsaanbod, die past bij zijn of haar ambitie, motivatie en competenties en leervermogen
  • De student kan als verantwoordelijk en betrokken burger participeren in de samenleving
  • Elke student wordt gestimuleerd en ondersteund om zijn of haar talenten naar zijn of haar maximale niveau tot hun recht te laten komen